Iris Berben
Als achttienjarige trekt Iris Berben voor de
camera de aandacht. Ze speelt in een korte
film van de Hogeschool van de Kunsten van Hamburg,
die bij de Korte Filmdagen van Oberhausen
gepresenteerd wordt en neemt onder regie van Rudolf
Thome haar eerste bioscoopfilm Detektive op.
Slechts een jaar later, in 1969, maakt zij in Klaus
Lemkes Brandstifter haar televisiedebuut. In 1970 is
Berben te zien in Sergio Corbuccis spaghetti-western Vamos a matar, compañeros en Thomes Supergirl.
Grote bekendheid verwerft zij met haar optreden als Chantal in Michael Pfleghars serie Zwei himmlische
Töchter. Na talrijke rollen in televisie- en bioscoopfilms, waaronder Ach du lieber Harry (1980) naast Didi
Hallervorden, wordt de serie Sketchup in 1985 en 1986 een regelrechte tv-hit, waarmeer Berben en Dieter
Krebs een cultstatus verwerven. Met de in adellijke kringen spelende serie Das Erbe der Guldenburgs
(1986–1989) vestigt ze haar positie als publiekslieveling.
Met haar zoon Oliver als producent en Carlo Rola als regisseur brengt Berben haar bekendste personage
tot leven, de in Berlijn wonende politiecommessaris en titelheldin van de ZDF-krimi Rosa Roth (26
afleveringen tussen 1994 en 2008). Na de millenniumwisseling bevestigt Berben haar rol als veelzijdige
vrouw in talrijke grote televisiefilms en series (Ein mörderischer Plan, 2000; Die Patriarchin, 2004; Silberhochzeit,
2005; Die Mauer – Berlin ‘61, 2006; Afrika, mon amour, 2007). In 2007 speelt zij in Frühstück mit
einer Unbekannten (TV) de Duitse Kanselier. Voor haar acteerprestaties ontvangt Berben talrijke prijzen,
waaronder meerdere keren de Gouden Camera, de Bambi en de Romy.
Iris Berben zet zich met veel toewijding in tegen discriminatie en antisemitisme en pleit voor het bestaansrecht
van de staat Israël. In 2002 boekt ze groot succes met contrasterende voorleessessies uit de dagboeken
van Anne Frank en Joseph Goebbels, geënsceneerd door Michael Verhoeven. Met haar lezingen ‘Hitlers tafelgesprek
in het Führerhoofdkwartier en opnames van Holocaust-slachtoffers’ in 2004 herinnert ze aan het
wreedste hoofdstuk uit de Duitse geschiedenis. Voor haar politieke betrokkenheid ontvangt zij het ‘Bundesverdienstkreuz’
en wordt zij door de Joodse Centrale Raad in Duitsland met de Leo Baeck Prijs beloond.